Integratie van middelen zodat effectievere zorg mogelijk is
Met de inwerkingtreding van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) gaan de AWBZ-middelen voor OGGz-activiteiten over naar de specifieke uitkering maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid. Het achterliggende motief voor de overheveling van de AWBZ-middelen voor OGGz-activiteiten naar centrumgemeenten is dat hiermee de regierol van de centrumgemeente om een sluitende keten van toeleiding tot zorg, opvang en ondersteuning te organiseren, wordt versterkt. Deze regierol hangt nauw samen met de gemeentelijke verantwoordelijkheden in het kader van de Wmo. Na invoering van de Wmo worden gemeenten verantwoordelijk voor het signaleren en bestrijden van risicofactoren op het gebied van de OGGz, het bereiken en begeleiden van kwetsbare personen en risicogroepen, het functioneren als meldpunt voor signalen van crisis of dreiging van crisis bij kwetsbare personen en risicogroepen én het tot stand brengen van afspraken tussen betrokken organisaties over de uitvoering van de OGGz. Bovendien sluit de overheveling aan bij de gegroeide praktijk van gemeenten. In de meeste centrumgemeenten bestaat een lokaal of regionaal OGGz-team waaraan verschillende instellingen een bijdrage leveren. Deze teams richten zich erop om mensen die zorg mijden op te sporen in de thuisomgeving en op straat. De teams leiden deze mensen naar de zorg toe, regelen vaak praktische zaken en volgen de cliënten. De doelgroep is moeilijk te bereiken en heeft vaak complexe meervoudige problemen (dakloos, schulden, psychiatrische stoornissen, verslaafd, sociale problemen, geen inkomen). Door de overheveling van de middelen zijn de centrumgemeenten niet langer afhankelijk van de vrijwillige inzet van GGz-instellingen, maar kunnen zij de expertise zelf inkopen. Hierdoor kunnen deze teams versterkt en verder ontwikkeld worden.
Huidige verdeelsleutel van de middelen over de gemeenten
De 43 centrumgemeenten krijgen naast deze OGGz-middelen op dit moment ook middelen voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid via de doeluitkering maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid. De beschikbare middelen uit de doeluitkering maatschappelijke opvang en verslavingszorg worden op dit moment over de gemeenten verdeeld op basis van een in 2001 bepaald historisch bepaald bedrag (historische verdeelsleutel) en aan de hand van een objectieve verdeelsleutel die gebruikt wordt voor de middelen waarmee sinds 2001 de uitkering is opgehoogd. Er zijn aanwijzingen dat deze objectieve verdeelsleutel mogelijkerwijs de middelen ook niet goed verdeelt over de 43 centrumgemeenten. Het is de bedoeling dat de OGGz-middelen vanaf 1 januari 2007 ook volgens de objectieve verdeelsleutel worden verdeeld over de centrumgemeenten. Maar ook dan bestaat nog een aanzienlijk deel van de verdeling van de doeluitkering uit een historische deel (60%) en een deel verdeeld volgens een objectieve verdeelsleutel (40%).
Aanpassing verdeelsleutel waarschijnlijk wenselijk
Rijk en gemeenten zijn van mening dat de huidige verdeling van de doeluitkering over de 43 centrumgemeenten onevenwichtigheden bevat. De vier grote gemeenten geven aan zowel kwantitatief als kwalitatief voor een zwaardere opgave dan andere gemeenten te staan. De centrumgemeenten in de grensstreek hebben met een specifieke problematiek te maken. De ene centrumgemeente heeft een groter gebied en meer omliggende gemeenten dan een andere gemeente. Sommige centrumgemeenten hebben met overloopproblematiek te maken van nabijgelegen centrumgemeenten, terwijl dat bij andere centrumgemeenten in veel minder mate speelt. Terwijl er diverse zorginhoudelijke aanwijzingen zijn dat de parameters van de objectieve verdeelsleutel de zorgbehoeften in de 43 centrumgemeenten niet goed weerspiegelen.
Raming betere verdeelsleutel door IOO en RvB
De waargenomen problemen met de huidige verdeelsystematiek en de geplande overheveling van OGGz middelen zijn voor het ministerie van VWS aanleiding geweest om een onderzoek uit te laten voeren naar de verdeelsystematiek en de wijze waarop tot een rechtvaardige verdeling van de middelen en een goede verdeelsleutel gekomen kan worden. Het Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven (IOO) en Research voor Beleid (RvB) hebben dit onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat de middelen onevenwichting verdeeld worden. Er zijn centrumgemeenten waarbij er een zeer grote negatieve discrepantie is tussen de middelen die zij ontvangen uit de doeluitkering en hun eigen financiële inzet voor de doelgroep van de maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid. Er zijn centrumgemeenten waarbij de discrepantie beperkt is en er zijn centrumgemeenten die meer middelen uit de doeluitkering ontvangen die zij uitgeven voor de maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid. Daarnaast zijn er centrumgemeenten die langdurige opvang financiering met de doeluitkering, terwijl de middelen nadrukkelijk bedoeld zijn voor tijdelijke opvang. IOO en RVB hebben vier nieuwe verdeelmodellen geraamd die er in meer of mindere mate in slagen om de geconstateerde onevenwichtige verdeling van de doeluitkering maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid over de 43 centrumgemeenten te redresseren. De resultaten van de analyses in het onderzoek maken het voor de beleidsambtenaren en de bestuurders mogelijk om weloverwogen keuzes te maken over de "beste" verdeling van de middelen, het daarbij toe te passen verdeelmodel, het mitigeren van de herverdeeleffecten en de overgangsperiode die gehanteerd gaat worden om van de huidige onevenwichtige verdeling naar een nieuwe betere verdeling te komen.
Zie voor het rapport: onderzoek budgetverdeling maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid; vraag, middelen en bekostiging [2MB]
. Zie voor de second opinion van de Raad voor Financiële Verhoudingen: second opinion [138KB]
. Zie voor de brief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer: brief staatssecretaris. [30KB] ![]()
In het volgende nummer van BASIS kunt u een artikel over dit onderwerp lezen.

